“Pas als ik stilsta, worden de lijntjes getrokken en zie ik welk plaatje er eigenlijk al die tijd stond.”

Sorry voor de shitshow

Het is zaterdagochtend. Ik lig op de bank met één kat op schoot, één aan mijn voeten en één naast me. Koffie erbij. De zon schijnt. Ik moet een blog schrijven, maar ik ben moe. Ik ben heel moe.

De afgelopen weken waren vol. Veel werk, veel mensen, veel leuke dingen en nauwelijks tijd alleen. En juist in die tijd alleen gebeurt blijkbaar iets wat ik nodig heb. Stilstand. Mijmeren. Een beetje verveling. Dat zijn de momenten waarop creativiteit ontstaat en inzichten komen. En nu lig ik dus op de bank en moet ik een blog schrijven, maar heb ik helemaal geen inzichten. Ik heb mezelf simpelweg geen tijd gegeven om ze te krijgen.

Ken je die puzzels nog waarbij je allemaal genummerde stippen had en van 1 naar 2 naar 3 naar 4 een lijntje moest trekken? Uiteindelijk verscheen er een plaatje. Zo werkt mijn hoofd volgens mij ook. Alles wat ik zie, hoor, meemaak en bespreek zijn losse cijfertjes. Pas als ik stilsta, worden de lijntjes getrokken en zie ik welk plaatje er eigenlijk al die tijd stond.

Maar de afgelopen weken heb ik geen lijntjes getrokken. En de losse cijfertjes die er liggen stemmen me ook niet bepaald vrolijk. Alles wat ik buiten mijn eigen bubbel van de wereld meekrijg voelt als één totale shitshow. Hoe kan het in vredesnaam dat we op zoveel sociale en menselijke punten als maatschappij achteruit lijken te gaan? Gelijkwaardigheid. Veiligheid. Acceptatie van de ander.

En ergens tussen al die losse cijfertjes zit ook steeds vaker een behoorlijk ongemakkelijke vraag over mijn eigen werk. Want ik geloof graag dat theater voor kinderen iets kan betekenen. Dat een voorstelling een kind iets kan laten voelen, iets vanuit het perspectief van een ander kan laten ervaren, een zaadje van compassie kan planten. Maar kan je met een theatervoorstelling voor kinderen werkelijk iets veranderen aan deze shitshow?

Want ik kan er gewoon niet bij dat de acceptatie van homoseksualiteit, wat trouwens een nogal idioot woord is, ‘acceptatie’, alsof iemand op jouw goedkeuring zit te wachten, minder wordt. Ik kan er niet bij dat we terug lijken te gaan in de tijd als het gaat om hoe we naar elkaar kijken en met elkaar omgaan. Dat gaat in tegen gelijkwaardigheid, samenzijn, houden van, delen, identiteit, liefde. Tenminste, tegen alles waarvan ik dacht dat we het daar inmiddels wel zo’n beetje over eens waren.

En zo lig ik dus op de bank. Boos en verdrietig over alles wat ik van de wereld meekrijg. Tot er tussen al die losse cijfertjes ineens een ander cijfertje van de afgelopen weken naar boven komt. Een heel fijn cijfertje zelfs: de première van Anne, 11 jaar, zegt toch sorry van Wildpark en Anne van den Steen.

Een voorstelling over hoe moeilijk het soms is om sorry te zeggen. Maar ook over hoe mensen van elkaar kunnen wegwaaien. Hoe je heel hecht kunt zijn en vervolgens allebei verandert, of de een verandert en de ander niet. Hoe je elkaar uit het oog kunt verliezen en hoe pijnlijk het is om iemand en de verbinding met diegene kwijt te raken.

Alle kinderen begrijpen hoe verdrietig het is als een vriend of vriendin niet meer met je wil synchroonzwemmen. Dat je daar boos over kunt worden, omdat je eigenlijk verdrietig bent. En dat je vanuit die emotie soms iets doet waar je later spijt van hebt. Waar je je voor schaamt.

En tijdens die première zag je dat gewoon gebeuren. Die kinderen waren helemaal mee. Na afloop kwamen er kinderen naar Anne toe die vertelden dat zij dit ook hadden. Dat zij begrepen wat er gebeurde. Kinderen die zeiden dat ze sorry gingen zeggen tegen een vriend of vriendin omdat ze zelf zo boos waren geworden.

En opeens staan daar de lijntjes tussen mijn cijfertjes.

Want misschien zijn we met z’n allen wel verdrietig omdat we iets kwijt zijn. Werkelijke verbinding met elkaar. En krijgen we vervolgens vooral te horen op wie we boos moeten zijn. Misschien voelen we dat gemis wel, maar voelen we te weinig dat onder die boosheid ook verdriet en onmacht kunnen zitten. En dat de oplossing misschien niet nóg harder boos worden is, maar erkennen wat we missen en die verbinding terugzoeken.

En ineens ligt daar tussen alle cijfertjes van deze shitshow óók het antwoord op die ongemakkelijke vraag over mijn werk. Kan een theatervoorstelling voor kinderen werkelijk iets veranderen? Nou ja, ik zag kinderen die geraakt werden, zichzelf herkenden en na afloop besloten om sorry te gaan zeggen tegen iemand op wie ze boos waren.

Dus blijkbaar wel.

Niet de hele wereld. Niet de hele shitshow. Maar wel iets.

En misschien zouden we elkaar ook wat vaker moeten zeggen: volgens mij moet jij gewoon eens sorry zeggen voor je gedrag. Want eigenlijk wil je iets anders.

Dus ja. Op deze zaterdagochtend heb ik toch een plaatje weten te maken van mijn cijfertjes. Geen vrolijk plaatje, maar ook niet meer het uitzichtloze plaatje waarmee ik op de bank ging liggen. Want tussen alle dingen waar ik boos en verdrietig van word, zat óók die zaal vol kinderen die zich zo duidelijk door een voorstelling lieten raken.

Blijkbaar geloof ik dus toch nog steeds dat theater iets teweeg kan brengen. En misschien is dat wat ik vandaag met jou kan delen.

Sorry dat het geen positief, blij, inspirerend verhaal is geworden. Maar het is wel echt. Het komt voort uit mijn gemis aan veiligheid, aan acceptatie van de ander, aan eerlijkheid en kwetsbaarheid. Uit mijn verdriet over hoe we tegenover elkaar kunnen staan en mijn zorgen over een wereld waarin geen einde lijkt te komen aan onrecht en onrechtvaardigheid.

En toch blijf ik hopen dat we daar met elkaar iets aan kunnen veranderen.

Karin Bannink