Staan voor vrouw zijn
’s Ochtends in bed. Sushi, mijn rode, dikke kater, geeft me kopjes en knort alsof zijn leven er vanaf hangt. Naast mij staat mijn eerste bakkie, omdat ik het heerlijk vind om zo rustig de dag te beginnen. Koffie, kat, kroelen, en mijn slechte gewoonte: mijn telefoon. Het is ook het enige moment van de dag dat ik uitgebreid reageer op appjes, berichtjes beantwoord en alvast afspraken voor de toekomst plan.
Het ene bericht na het andere schuift voorbij. Een zoveelste rotopmerking van een politicus, een discussie over immigratie, een oorlog die maar niet stopt. En dan die constante stroom berichten over ongelijkheid. Tussen mensen, tussen landen, tussen mannen en vrouwen. Posts over salarisverschillen, over verkrachtingszaken die worden weggemoffeld, abortusrechten die ter discussie staan en ellende veroorzaken. Artikelen waarin vrouwen geshamed worden om hun uiterlijk. Verhalen waarin ambitie bij een man krachtig heet, ook als hij onzin verkoopt. Wat begint als een klein happy-moment eindigt in boosheid. Waarom doe ik dit, waarom dompel ik me elke ochtend onder in zoveel ongelijkheid. Misschien omdat als je wilt dat dingen veranderen je niet moet wegkijken maar het aan moet gaan.
Iedereen die mij volgt weet dat ik veel deel over dit soort thema’s. Maar die ochtend voel ik het scherper: in deze maatschappij worden mensen niet als gelijken gezien. Mannen én vrouwen worstelen met verwachtingen, maar voor vrouwen liggen de consequenties van opvallen veel hoger. Wij zijn bang, bang om te veel ruimte te nemen, bang voor verdraaiing van woorden, voor het ‘je begrijpt er niks van’, voor de mansplaining. We hebben onszelf aangeleerd om ons kleiner te maken, ons hoofd laag te houden tot het veilig is. Dat besef maakt me boos en verdrietig. Niet alleen omdat het in de maatschappij zit, maar ook in mij. Dat ik al jaren leiding geef en directeur ben, maar dat dit nooit vanzelfsprekend heeft gevoeld. Dat ik me daarvoor heb geschaamt. Dat ik daarin geen ruimte heb willen innemen en daar niet trots op kon zijn. Omdat een goede vrouw toch vooral bescheiden hoort te zijn, en niet degene die de leiding neemt. Die spanning draag ik mee in mijn werk en in hoe ik mezelf presenteer.
Ik denk terug aan Plum Village, een retraite bij mijn broer in het klooster. Er was een dag waarop iedereen werd verdeeld in drie groepen: mannen, vrouwen en queer. Mijn beste vriendin verheugde zich, eindelijk een dag vol herkenning en veiligheid. Ik voelde weerstand. Alles in mij riep dat ik niet bij de vrouwen wilde horen. Liever sloot ik me aan bij queer, terwijl ik dat helemaal niet ben. Toch ging ik, met knoop in mijn maag en de nodige frustratie en weerstand.
Terwijl ik mijn eigen weerstand bekeek luisterde ik extra scherp. En hoorde ik zoveel verschillende stemmen, zoveel perspectieven. Welk beeld draag ik dan in mezelf dat ik niet bij deze groep wil horen? Ik vond dat vrouwen zwakker zijn. Ik merkte dat ik bang was voor hun emoties en wat dat in mij teweegbracht. Het beeld dat ik in mezelf draag, van vrouwen was negatief en bleek gevoed door die maatschappelijke visie. Mijn afwijzing van vrouw zijn was een afwijzing van mezelf. Maar daar voelde ik de diversiteit van alle vrouwen daar. Dat er geen stempel op te plakken valt. Dat we vrouwen zijn maar dat dat niet één hokje is met karaktereigenschappen. Ik hoor bij deze groep maar die is veel vrijer dan ik hem zag. Ik hoor ook bij mijn vriendin, ook al voelt zij dit heel anders. We zijn allemaal vrouwen, en dat is goed.
Sinds die dag is er veel in mij verschoven. Vroeger vond ik feministen vervelende zure vrouwen. Nu denk ik dat ieder mens feminist zou moeten zijn. Want het gaat simpelweg om gelijkwaardigheid. We zijn niet hetzelfde, maar we hebben dezelfde rechten. Wie dat niet gelooft is seksist. Voor mij is ‘vrouw zijn’ omarmen ook mezelf omarmen. In authenticiteit en autonomie. In alle vormen en kleuren die daaronder vallen.
Ik merk hoe diep dit doorwerkt in mijn werk. Steeds vaker ging ik de ongelijkheid zien. Ongelijke verhoudingen in aantal mooie rollen. In verhalen die echt passen bij het vrouwelijke perspectief. Of hoe vaak ouders van jongetjes zeggen dat ze liever niet naar een voorstelling over een meisje willen, terwijl ouders van meisjes zonder moeite naar een verhaal over een jongetje gaan. Zo groeien jongetjes op met minder kennis en begrip voor meisjes. Het verschil houdt zichzelf in stand. En dan zie ik dat de keuze om prijzen genderneutraal te maken ertoe leidt dat er opeens minder vrouwen genomineerd zijn. In plaats van meer gelijkheid, minder kansen. Het vrouwelijk perspectief ontbreekt nog altijd schrijnend vaak.
Er liggen nog zoveel taboes op dingen die er werkelijk toe doen voor vrouwen. Waar wij dagelijks mee te maken hebben, maar die we zelden hardop bespreken. Juist daarom inspireert ons nieuwe gezelschap Collectief Teder me zo. Twee jonge makers die feministische kleinkunst maken waarin het vrouwelijke perspectief eindelijk de hoofdrol krijgt. Ze zingen en spreken over ongesteldheid, over verlangen, over lichamen. Zo vrij en onbevangen dat ik jaloers ben dat zij dit durven brengen. Ik wil alles doen om hun voorstellingen geboekt te krijgen, ook al weet ik hoe moeilijk dat zal worden. Welke school durft een voorstelling over menstruatie te boeken. Ik heb hen gewaarschuwd voor de onveiligheid die dit kan oproepen, en toch vind ik dat het verteld moet worden. Omdat dit perspectief gehoord moet worden.
Ik heb ze al voorbereid dat zij via mij wellicht niet veel geboekt gaan worden. Omdat scholen er zeker nog niet klaar voor zijn. Omdat het nog altijd makkelijker voelt om een jonge mannelijke cabaretier te programmeren die openhartig vertelt over zijn drankgebruik of zijn zoveelste stomme relatie, dan twee jonge vrouwen die zingen over menstruatie of zelfbevrediging. En juist daarom wil ik een uitnodiging doen aan alle theaters die ook vinden dat het jonge vrouwelijke perspectief een plek moet krijgen. Theaters die durven omarmen dat jonge vrouwen taboes doorbreken, en die beseffen dat deze verhalen gewoon verteld moeten worden. Met humor, met muziek, met lef. Want dit wordt nog veel te weinig verteld. En laten we wel wezen, het is niet alleen noodzakelijk en urgent, het is ook nog eens fucking goed. Ze wonnen niet voor niets de publieksprijs op het Delft Fringe Festival als Nieuwe Makers. Dus wie durft, wie geeft ruimte, die haalt goud in huis.
En dan, midden in al die gedachten over vrouw zijn en ongelijkheid, kijk ik weer op mijn telefoon. Mijn Instagram-profiel. Daar staat: artistiek zakelijk leider, die veilige genderneutrale titel. Ik haal het weg. En ik typ: directeur. Want dat ben ik. Al bijna veertien jaar ben ik als vrouw directeur van een jeugdtheaterimpressariaat dat de wereld een beetje mooier wil maken. Dat mag ik benoemen. Misschien had ik directrice moeten schrijven, daar ben ik nog niet over uit. Maar voor nu voelt directeur precies goed. Omdat ik er eindelijk voor ga staan.
Sushi springt van het bed. Mijn koffie is op. Maar ik glimlach. Ik ben wakker en ik ga er eindelijk voor staan.
Karin Bannink











