Sterker nog, ik vermoed dat veel volwassenen het harder nodig hebben dan ooit.

Zijn we te oud voor talent?

De afgelopen weken ben ik weer aan het zingen. Samen met een groep vrienden van vroeger heb ik een koor opgericht. Mensen met wie ik ooit de deur platliep bij onze jeugdtheaterschool, waar we uren repeteerden, voorstellingen maakten en eigenlijk een groot deel van onze jeugd doorbrachten. Ik dacht van tevoren dat ik het vooral leuk zou vinden om elkaar weer te zien. Dat bleek ook zo te zijn, maar wat me misschien nog wel meer verraste, was hoeveel ik het maken zelf had gemist.

Niet alleen het zingen overigens. Ik had het hele proces gemist. Het geconcentreerd ergens aan werken. Het luisteren naar anderen. Het gevoel dat je niet in je eentje bezig bent, maar samen iets probeert te maken wat alleen kan bestaan doordat iedereen zijn eigen stukje bijdraagt. Misschien vond ik het juist daarom zo bijzonder, omdat ik merkte hoe weinig ruimte dat soort aandacht tegenwoordig in mijn leven krijgt. Mijn werkdagen bestaan voor een groot deel uit regelen, organiseren, schakelen en vooruitdenken. Tijdens een repetitie werkt dat allemaal niet. Daar moet je aanwezig zijn. Luisteren. Nog een keer proberen. En accepteren dat iets soms pas lukt na de tiende herhaling.

Terwijl ik daar stond, moest ik opvallend vaak denken aan gesprekken die ik de afgelopen tijd vanuit mijn werk heb gevoerd. Gesprekken over talentontwikkeling. Over jonge makers. Over de noodzaak om te investeren in de volgende generatie kunstenaars. Dat zijn gesprekken waar ik zelf ook volop het belang van zie. Natuurlijk moeten kinderen de kans krijgen om muziek te maken, theater te spelen, te schrijven, te dansen en te ontdekken waar hun talenten liggen. Toch begon er langzaam iets te schuren.

Want hoe vaker ik het woord talentontwikkeling hoorde vallen, hoe meer ik me begon af te vragen voor wie dat eigenlijk bedoeld is. Blijkbaar vinden we het heel logisch dat een kind van tien zijn talenten ontwikkelt. Een jongere van zestien ook. Een student aan een kunstopleiding zeker. Een jonge maker die net afstudeert misschien nog wel het meest. Maar ergens daarna lijkt het gesprek op te houden. Alsof talentontwikkeling iets is wat je doet totdat je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, waarna je geacht wordt je talent vooral productief in te zetten.

Misschien viel het me juist zo op omdat ik daar stond met een groep volwassenen die overduidelijk niet klaar zijn met ontwikkelen. Niemand van ons heeft dit koor opgericht omdat we alsnog een zangcarrière ambiëren. We zijn niet bezig met een doorstroomtraject naar een conservatorium en ook niet met een vijfjarenplan richting het professionele circuit. We zijn begonnen omdat we iets misten. Een plek waar je samen kunt leren. Waar je uitgedaagd wordt. Waar je kunt groeien. Waar je iets maakt omdat het waarde toevoegt aan je leven en niet omdat het uiteindelijk ergens toe moet leiden.

En hoe langer ik daarover nadenk, hoe vreemder ik het eigenlijk vind. Want als kunst en cultuur kinderen helpen om zichzelf te leren kennen, zich uit te drukken, samen te werken, creatief te denken en verbinding te ervaren, waarom zouden volwassenen daar dan opeens geen behoefte meer aan hebben? Sterker nog, ik vermoed dat veel volwassenen het harder nodig hebben dan ooit. Juist omdat ons leven steeds voller wordt met verantwoordelijkheden, werkdruk en verwachtingen. Juist omdat er zo weinig plekken zijn waar je nog iets mag doen zonder dat er direct een meetbaar resultaat tegenover staat.

Misschien is dat ook waarom ik soms het gevoel krijg dat we kunst steeds vaker verdedigen vanuit haar economische waarde. Talentontwikkeling wordt dan belangrijk omdat er nieuwe makers uit voortkomen. Cultuuronderwijs wordt belangrijk omdat het vaardigheden oplevert. Kunst wordt belangrijk omdat het ergens toe leidt. Terwijl ik de afgelopen weken juist weer heb ervaren dat de grootste waarde misschien wel zit in alles waar geen businesscase voor te schrijven is. In het plezier van samen zingen. In het opnieuw iets leren. In het gevoel dat je onderdeel bent van een groep. In het feit dat je wereld even groter wordt dan je agenda.

Misschien moeten we daarom niet alleen praten over de kunstenaar van morgen, maar ook over de mens van vandaag. Over volwassenen die willen blijven leren, spelen, zingen, maken en groeien. Want hoe meer ik erover nadenk, hoe minder ik begrijp waarom we talentontwikkeling beschouwen als iets wat ophoudt wanneer iemand volwassen wordt. Alsof je op een dag wakker wordt en klaar bent met ontdekken wie je bent. Terwijl ik juist het gevoel heb dat het tegenovergestelde waar is.

Misschien ben je op je vijftigste wel net zo goed bezig met ontwikkelen als op je vijftiende. Alleen noemen we het dan blijkbaar geen talentontwikkeling meer en is daar geen cultuurbeleid die dat waardevol vind.

Karin Bannink