Kinderen moeten samen opgroeien, samen leren, samen zingen en spelen en zo uitwisselen en begrip opbouwen. Als we die scheidslijnen op jonge leeftijd opheffen, kweken we een generatie die weet wat samenleven betekent. Die elkaars taal leert spreken.

Twaalf keer rechts, de kat en de Viking

Over blindheid, geloof en de noodzaak om te leren luisteren.

Ik zit met een heerlijke kop koffie en mijn bejaarde, blinde, rooie kat op bed te knuffelen. Ik voel me verdrietig, boos, machteloos en bezorgd, iets wat haaks staat op het knuffelen met mijn kat en mijn koffie. Gisteren waren de verkiezingen. Dat deed pijn. Het hele land lijkt een stukje rechtser geworden. Het voelt alsof Nederland heeft gekozen voor minder solidariteit, minder empathie, minder begrip, minder samen en meer ik, meer angst, meer woede.

Ik begrijp het niet. Hoe kunnen mensen zich zo slecht voelen dat ze een ander de schuld geven. Ik maak me zorgen om de kinderen die hiermee opgroeien. Ze horen politici zeggen dat sommige mensen hier niet thuishoren, dat vluchtelingen de schuld zijn voor alle problemen en massaal ons land leeg komen roven. Ze zien hoe politici schreeuwen in plaats van luisteren, hoe feiten in talkshows worden verdraaid tot meningen die lekker klinken. Hoe leugens een platform krijgen. Ze leren dat wie harder en bozer roept gelijk krijgt. Dat nuance een zwakte is. Dat alles de schuld is van Links, ookal waren die de afgelopen 40 jaar amper aan de macht. Ze horen volwassen mensen zeggen dat we minder moeten doen voor anderen, minder delen, minder helpen. Wat leren ze dan over empathie. Over gelijkwaardigheid. Over menselijkheid. Wat leren wij ze over zichzelf, over de ander?

Ze groeien op in een wereld waarin boosheid applaus krijgt en begrip wordt uitgelachen. En ondertussen zeggen diezelfde mensen dat we “terug moeten naar de feiten,” terwijl er vooral gevochten wordt om welk feit het meest geloofd mag worden. En waar naast kunst ook wetenschap wordt weggezet als een linkse hobby.

Terwijl ik mijn kat aai en de moed me in de schoenen zakt, denk ik aan de serie die ik gisteravond keek. Vikings. Je zou denken dat is lang geleden, daar leer je toch niks meer over onze maatschappij. Maar ik zie een boel raakvlakken. De Vikingen en hun vijanden konden elkaar letterlijk niet verstaan. Ze hadden andere rituelen, andere beelden van de wereld, andere kennis en niet dezelfde feiten. Maar belangrijker, ze waren niet in staat te luisteren. Ze schoven de ander meteen weg als duivels, als onopgevoed, als onzin. Dat onvermogen om te luisteren zie ik nu ook. Mensen draaien weg of schreeuwen harder zodra ze iets horen wat niet past in hun bubbel. We hebben allemaal onze eigen bronnen die ons vertellen wat waar is, en dus leven we in gescheiden werkelijkheden.

In één aflevering stond een kardinaal op het slagveld, een man van God die even daarvoor honderden Vikingen had gedood. Hij predikte dat de Vikingen in God moesten geloven, naar zijn voorbeeld moesten leven en net als hij niet mochten doden. Een van die Vikingen wijst hem erop: “Maar Christen, wat doet u dan met uw zwaard.” De kardinaal schreeuwt terug dat het mag, dat hem geen zonde treft omdat hij ongelovigen doodt. Zij zijn immers heidenen, zij geloven niet in het ware geloof, dus zij mogen vernietigd worden. Dat meten met twee maten, geloof of culturele achtergrond als legitimatie voor geweld voor uitsluiting, dat zien we toch potverdorie nog steeds en steeds meer.
Maar er is echt iets fundamenteels mis. En vanuit mijn beroepsdeformatie kijk ik naar de kinderen. Want ik geloof dat je daar nieuwe lijnen legt voor een betere toekomst. En wanneer we naar de polarisatie kijken, naar de integratie van onze samenleven dan is er iets wat mij steeds meer dwars gaat zitten. We scheiden onze kinderen op basis van geloof.

We hebben christelijke scholen, islamitische scholen, bijzondere vormen van onderwijs en in sommige gemeenten is openbaar onderwijs nauwelijks aanwezig. Dat betekent dat veel kinderen die in een geloof opgroeien nauwelijks in aanraking komen met andere werelden. We bouwen muren tussen werelden en sommigen blijven dat onder de noemer van geloofsvrijheid verdedigen. Terwijl in deze geloven, zeker in de extremere variant, vaak de basis ligt van wij en zij denken. De basis voor ongelijkheid tussen gender, seksualiteit en dus segregerend werkt.
Ik weet dat het voorlopig geen haalbare kaart is, maar stel je eens voor hoeveel minder polarisatie we zouden hebben als het onderwijs gemengdzou zijn. Hebben we niet een grote verandering nodig. Geen religieuze scholen meer die kinderen van elkaar scheiden. Gewoon één school voor alle kinderen. Kinderen moeten samen opgroeien, samen leren, samen zingen en spelen en zo uitwisselen en begrip opbouwen. Als we die scheidslijnen op jonge leeftijd opheffen, kweken we een generatie die weet wat samenleven betekent. Die elkaars taal leert spreken. Die luistert. Maar ja, dat hoort niet, want we doen het al jaren zo.

Ondertussen is mijn kat, moe van mijn gedeprimeerde aanraking, een hapje gaan eten. Nu komt hij weer mijn slaapkamer binnen. Ik roep hem, hij reageert niet. Hij gaat, zoals altijd, drie keer om mijn bed lopen. Hij is praktisch doof en zeker blind, en hij denkt dat hij mijn bed bereikt via de route van twaalf keer rechts. Ik kan zien en weet dat drie rechte stappen genoeg zijn om het bed te bereiken. Hij is letterlijk blind en herhaalt zijn route omdat dat veilig voelt en hij zeker weet dat dit klopt. Ik snap dat en laat dat gebeuren. Veel mensen doen hetzelfde. We lopen rondjes in onze overtuigingen, blind voor het feit dat onze waarheid niet de enige is.

Mensen zijn selectief in horen, in feiten, in zien. Ze zien wat hen uitkomt. Dat is de dubbele moraal die de kardinaal in Vikings zo scherp toont. Ik vind het onmogelijk het ene mensenleven als waardeloos te bestempelen omdat iemand ergens anders vandaan komt of iets anders gelooft. Ik zal altijd pogingen om iemands autonomie af te nemen veroordelen, of dat nu gaat over reproductierechten, over wie je mag zijn of welk geloof je hebt.
En toch, en dit is mijn pleidooi, iedereen mag van mij geloven in zijn eigen Walhalla. Wil jij enkel in Odin geloven, prima. Wil jij in Jezus geloven, in Allah, in niets, in honderd goden of in de mens zelf, mag allemaal. Maar laat de ander ook zijn weg gaan. Laat mensen in hun waarde. Maar laat kinderen samen opgroeien zonder dat geloof hun eerste scheidslijn wordt. Maar volgens mij predik ik toch een beetje nu voor eigen parochie. Want onze sector draait zo sterk om het bevragen van onze norm en juist de wens om andere perspectieven ten tonele te brengen. Maar laten ook wij ons bewust zijn van onze bubbel, van onze overtuigingen en de feiten die wij denken te weten. We moeten uit onze bubbel in gesprek gaan en luisteren ook met hen die we eigenlijk op het slagveld willen treffen.

Mijn kat kan er niets aan doen, hij is oud en blind. Maar wij, wij kiezen ervoor om blind te zijn. Om in onze bubbel te blijven geloven, om vast te houden aan dat wat de norm is of dat wat we altijd deden. Omdat het altijd zo was, wil dat niet zeggen dat het goed is. We kunnen niet mensen in de maatschappij aan verschillende maatstaven beoordelen. De Viking en de Christen moorden voor hun geloof en dat is beide totaal verkeerd.
Dus ga ik straks weer aan het werk, met dat gedesillusioneerde gevoel, maar ook met stille hoop. Als we echt verandering willen, moeten we beginnen bij onze kinderen. Zij zijn nog niet blind. Zij kunnen nog leren dat verschillende waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Dat de wereld niet zwart wit is maar vol kleuren en verhalen. Dat Jezus een Arabier was, dat de kerstboom Noors is en dat er niet één juiste waarheid bestaat maar duizenden perspectieven.

Hopelijk kan de volgende generatie ons laten inzien dat we twaalf keer rechtsaf slaan omdat we denken dat dát de weg naar geluk is, terwijl drie stappen vooruit ook een optie is.


Karin Bannink